Vanaf 23 juni 2010.
Neemt het Schoone...
In de jaren 1920 bracht de Glasfabriek Leerdam een serie verkoopcatalogi uit met intrigerende titels: Het Schoone Wint; Dingen van Schoonheid; Het Schoone Glaswerk en Neemt het Schoone. Aan de hand van deze vier catalogi reconstrueert het Nationaal Glasmuseum de opvattingen van Petrus Marinus Cochius, de beroemde fabrieksdirecteur van 1912 tot en met 1934. De tentoonstelling "Neemt het Schoone" gaat over de over de strategieën van Cochius: zijn zorg voor de arbeider en zijn zorg voor de schoonheid; de verheffing van het volk. Het is een wonderlijk mengsel van ideologie, religieus gevoel, socialisme en ondernemingszin dat Cochius ertoe drijft kunstenaars aan te trekken om het schoone aan de gewone man te brengen.
“Na een periode van uiterste stijlloosheid [..] beleven wij thans een tijdperk dat ons de toenemende bloei doet zien van de Kunstnijverheid in schier alle takken van industrie die zich daartoe leenen. [...]
Deze tijd heeft zijn eigen stijl en het werd dus overbodig, om steeds terug te grijpen in het verleden. Kunstenaars van naam wisten wij aan onze fabriek te verbinden en wij blijven ons beijveren telkens het beste en ook iets nieuws te geven. We hadden daarmee succes.
Over den aard van ons Kunstnijverheidsglas behoeven wij U zeker niet veel meer te zeggen. In elke woning is er plaats voor en voor de prijs behoef niemand af te schrikken. Door onze artikelen te blijven koopen, steunt u de inheemsche industrie.”
Uit: Neemt het Schoone. Verkoopcatalogus Glasfabriek Leerdam 1927
In de tentoonstelling Neemt het Schoone brengt het Nationaal Glasmuseum de mooiste
stukken uit de eerste en belangrijkste bloeiperiode van de Glasfabriek Leerdam samen in een indrukwekkend overzicht. Van de eerste ontwerpen in persglas van De Bazel, via de pogingen van Frank Lloyd Wright, langs de prachtige stukken van Berlage en de schitterende vazen van Lanooy, Lebeau en vele anderen tot aan de experimentele unica's van Andries Copier.
De inzet van kunstenaars heeft duidelijke doelen: het overwinnen van de kloof tussen het authentieke (het goede) en het machinale (het lelijke). Immers, de industrialisatie rukt op en kunstenaars en architecten zien zich geconfronteerd met afgrijselijke massaproducten. Men kijkt naar de nijverheid uit het verleden om de samenleving weer diepgang en betekenis te geven, eenheid te brengen in onze cultuur. Cochius zet zich in om die impasse te overwinnen. Hij wil het glas vernieuwen, het gebruiksglas naar een hoger niveau brengen, het volk met het schoone begiftigen, maar hij wil ook gewoon winst maken. Winst door onderscheiding en vernieuwing.
Het zakelijke en het geestelijke leven zijn bij Cochius onlosmakelijk met elkaar verbonden. Cochius is theosoof, vrijmetselaar, priester van de Vrij Katholieke Kerk, penningmeester van de Orde van de Ster in het Oosten, de organisatie rond Krishnamurti, lid van de Praktisch Idealisten Associatie en van de Rotary. Zijn gelijkgestemden; kunstenaars en ondernemers vind hij in allerlei religieus- socialistische gemeenschappen. Onder hen de theosofen De Bazel, Lauweriks, Piet Mondriaan, de ondernemers Van Dissel en de gebroeders Van der Leeuw van de Van Nellefabriek. De richtinggevende elite van Nederland.
Naar hedendaagse begrippen gaan hun opvattingen erg ver. De werkelijke aard van God openbaart zich in haar wetmatigheid; en de innerlijke werkelijkheid der dingen is zichtbaar in de natuur. Natuur en geometrie zijn de inspiratie voor het ontwerp. De Goddelijke verhouding in het ontwerp, zou door subtiele instraling een goddelijke verhouding tussen mensen teweeg kunnen brengen.
Doelen en idealen ontaarden helaas in een filosofie die ze voorbijstreeft: ontwerpen is niet alleen meer ontwerpen, maar ontwerpen wordt kunst. Een gewild object dat het vooral goed doet in de toch al verlichtte hogere kringen, waar de arbeider niets aan heeft. Glas werd kunst. De arbeider en het volk, werden maar ten dele begiftigd.