Van 23 juni 2010 t/m 28 augustus 2011
Blij Glas – tussen goed en beter weten in
De tentoonstelling Blij Glas gaat over de Leerdamse glasfabriek in de eerste twee decennia na de oorlog. Zoals heel Nederland zijn best doet om de oorlog achter zich te laten zo breekt ook voor het Leerdamse glas een hoopvolle nieuwe tijd aan. Nieuwe vormen en nieuwe idealen die leiden tot experimentele producten en 'blije' presentaties op bijvoorbeeld de Rotterdamse manifestatie E55 en de wereldtentoonstelling van Brussel in 1958. Ontwerpen en techniek gaan hand in hand, de zoektocht naar ultieme functionaliteit. Het technisch vernuft dat probeert de materie te overwinnen.
Ontwerpers die zich niet hadden laten dwingen in de Kultuurkamer van de Nazi’s hadden in de oorlog al druk gespeculeerd op wat kunst en vormgeving te wachten stond na de oorlog. De Moralistisch Modernisten kennen een ongebreideld optimisme. Eenvoud, eerlijkheid en doelmatigheid, kortom het streven naar goede vormen moeten de goede moraal hoog houden. Moeten bijdragen aan de goede waarden en normen in de samenleving. Vanuit het modernistische vooruitgangsgeloof, kan het goede ontwerp een belangrijke rol spelen bij het verheffen van arbeiders tot vrije en verantwoordelijke burgers.
Voor de Leerdamse glasfabriek staan de jaren vijftig en zestig mede in het teken van de ideeën van de Stichting Goed Wonen. In navolging van het Congrès lnternationaux d'Architecture Moderne, een internationale organisatie van moderne, functionalistische architecten, analyseert Goed Wonen de hoeveelheid ruimte die bewoners nodig hebben voor de basisfuncties en hoe de verbindingen daartussen zo gunstig mogelijk gerealiseerd kunnen worden onder één dak. Er ontstaan eethoeken, zithoeken, kookruimten, studeerhoeken en duidelijke looplijnen. Goed wonen creëert de suggestie van keuzevrijheid bij de inrichting van het eigen leven, maar slechts de kleur van de gordijnen wijkt uiteindelijk af bij de buren.
Goed Wonen, verheffing, optimisme, functioneel zijn de steekwoorden waarop het Leerdamse glas in de jaren vijftig en zestig voor de tweede maal tot bloei komt. Leerdam heeft de deuren geopend naar de buitenwereld, heeft internationale ambities zoals te zien is op de wereldtentoonstelling in Brussel. Naast de nog altijd aanwezige Andries Copier komen er nieuwe fabrieksontwerpers aan het roer. Floris Meydam natuurlijk, maar ook Sybren Valkema bijvoorbeeld.