Nu | Verwacht | Geweest
+

18 juni tot en met 8 oktober 2006

Wereldverbeteraars

Wereldverbeteraars - de versplinterde idealen van 100 jaar vormgeving in glasDe tentoonstelling Wereldverbeteraars schetst de worsteling met de belofte van de industrie en de betekenis daarvan voor producenten, ontwerpers, arbeiders en consumenten, kortom de maatschappij.

De tentoonstelling begint op de bovenste verdieping met de 19e eeuwse wereldtentoonstellingen die voor het eerst voor een groot publiek de gevolgen van de beginnende industrialisatie toonden. De sociale consequenties en de producten die werden gemaakt. Beginnend bij de kritiek van John Ruskin en William Morris op de ontwrichtende aspecten van de industrie. Belangrijker dan een perfecte afwerking van producten was het genoegen voor de werklieden dat verbonden was met eigen creativiteit. Tegenover dit ambachtelijk streven stelde de directeur van de Leerdamse glasfabriek (P.M. Cochius) een religieuze, op het hogere gerichte inspiratie. Voor hem en voor veel van zijn ‘kunstenaars' zoals De Bazel en Berlage waren stromingen zoals de Vrijmetselarij en de Theosofie een leidraad.

De Bazel gebruikte geen voorbeelden uit de natuur, maar maakte een ontwerp vanuit wiskundige proporties die de harmonische wetten van de kosmos weerspiegelden. Veel ontwerpen zijn gebaseerd op de "Gulden Snede", een maatverhouding die voor de vrijmetselaars garant stond voor een universele schoonheid. Ook het beroemde in 1930 door Copier ontworpen Gildeglas bezit deze maatverhouding. In 1958 koos de directie van de glasfabriek dit ontwerp voor grootschalige machinale productie omdat het industrieel en dus goedkoop te maken was.

En hiermee zitten we midden in het tweede deel van de tentoonstelling: de periode van de wederopbouw tot het begin van de jaren tachtig. De na-oorlogse regering besloot tot een rigoureuze industriepolitiek en een economische modernisering. Op het vlak van de vormgeving koos men voor producten met een maatschappelijke betekenis en een grote gebruikswaarde, anoniem en met een vernieuwende, technologische inslag, zoals bijvoorbeeld de archetypische melkfles of het puur functionele laboratoriumglas. De beschavende werking die van dergelijke producten uit zou gaan was een signaal tegen verspilling in een arme tijd en daarmee onderdeel van het beschavingsoffensief.
De omslag van een bijna gelovig vooruitgangsgeloof naar een door twijfel ingegeven antimodernisme, voltrok zich in de eerste helft van de jaren zestig. De consumptiemaatschappij, met zijn merken en producten in standaardverpakkingen, werd bijna ontkend door de invoering van oude, of in nostalgische stijl uitgevoerde voorraadpotten. Ook Leerdam speelde hier uitgebreid op in door de productie van boertig vormgegeven glazen voorraadpotten, stapeldozen en kaasstolpen.
En tegenover de ontwerpers in de industrie kwam het Studioglas met pioniers als Sybren Valkema en Willem Heesen. Zij beseften dat de flexibiliteit van een mobiele glasoven, een grote vrijheid betekende om onafhankelijk te kunnen werken. De bijna nostalgische, gedroomde situatie van de 19de eeuwse arts and crafts ontwerpers, de opheffing van de scheiding tussen ontwerp en uitvoering, was voor het eerst in een eeuw Nederlandse glasproductie bereikt.

Op de begane grond wordt de ontwikkeling van de laatste 25 jaar getoond. In de jaren tachtig wordt het dorre functionalisme ter discussie gesteld. Er ontstaan scheurtjes in het theoretische ideaal van de ‘neutrale' vorm. Het postmodernisme krijgt hier een (minder extreme) expressie dan in Italië, met ontwerpers als Hans Ebbing, Ton Haas en Ed Annink. Hun ontwerpen zijn speels, maar blijven functionalistisch.

De Tsjechische architect Borek Sipek ontwerpt naast meubelen ook krullerige versierde glasproducten die aan Jugendstil doen denken. Zijn versierdrift is voor ontwerpstudenten zoals Ineke Hans en Richard Hutten de aanleiding naar andere wegen te zoeken. Zij zien helemaal niets in al die tierelantijnen en willen terug naar de pure essentie van het product. Ze constateren dat de wereld nu wel zo'n beetje verzadigd is met consumptieartikelen en dat je op basis daarvan naar nieuwe mogelijkheden kunt zoeken. Ze kiezen ongebruikelijke expressiemiddelen, zoals afval, ongebruikelijke materialen of bestaande overbekende vormen, en weten er geestige en poëtische producten van te maken, zoals Tejo Remy met zijn melkflessenlamp, of Arnout Visser met zijn inmiddels wereldberoemde olie- en azijnhouder waarin de olie vrij op de azijn drijft. De rol van de maatschappelijk geïnspireerde ontwerper werd ingeruild voor die van hedendaags kunstenaar. Van romantisch kunstenaar, dat wel, die zijn non-conformisme straffeloos combineert met een even zelfstandige als vrijblijvende positie in de samenleving. Dutch Design wordt een merk met Droog Design als bekendste exponent.

geweest


				news2
			5 november 2011
Taxatiedag

U kent dat vast wel: u krijgt een glazen object uit een erfenis en eigenlijk heeft u geen idee wat het is. | lees meer


				news2
			6 november 2011
Vriendendag

Op 6 november worden tot 15.00 uur geen demonstraties glasblazen gegeven in verband met de vriendendag. | lees meer


				news2
			16 april-29 november 2011
No Straight Lines

Solotentoonstelling: Berend Strik laat ons door de holtes van zijn transparante mens naar de wereld kijken. | lees meer


				news2
			9-11 september 2011
Introductie Copier Compleet

Het Nationaal Glasmuseum introduceert op de Internationale Glaskunstbeurs het meest complete oeuvre van de meester van het glas, Andries Copier, in boekvorm: Copier Compleet. | lees meer


				news2
			23 januari 2011-13 november 2011
Jeekel!

Een allerordinairst glazen feest van Bernard Heesen. | lees meer

Vorige12345Volgende